Pulchri nr 5, download geheel artikel (PDF)

   

Openings toespraak van Sipke Huismans, voorziter

In de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte in de Europese poltiek iemand furore met een uiterst cynisch wereldbeeld en een dito beleid. Ze werd "De IJzeren Dame" genoemd, ze placht over zichzelf in de wijvorm te spreken en inderdaad is ze tenslotte in de adelsstand verheven: Margaret Thatcher. Een van haar beruchtste uitspraken luidt: "De Samenleving Bestáát Helemaal Niet, Alleen Individuen..." En dus werden tijdens haar bewind de staatsbedrijven een voor een geprivatiseerd, voor een zacht prijsje verkocht, met de garantie dat als ze geen winst zouden opbrengen, de belastingbetaler het ontbrekende zou aanvullen. Wat je noemt beleid om de vingers bij af te likken. Niet alleen de liberalen, ook de sociaal-democraten en de christen-democraten in heel Europa volgden haar voorbeeld. Tony Judt heeft nog vlak voor zijn overlijden een zeer betekenisvol boek aan deze catastrophe gewijd: "Ill Fares The Land", in het Nederlands vertaald als "Het Land Is Moe".
                In 1981 werd ik, zonder daartoe opgeleid te zijn directeur van de academie voor beeldende kunst en vormgeving AKI te Enschede. Ik had het geluk een dieployale, zeer slimme en ervaren adjunct-directeur aan te treffen, maar evengoed maakte ik de eerste jaren de ene fout na de andere. Toen ik het vak van manager van een enthousiaste, middelgrote hogeschool een beetje door begon te krijgen, sloeg ook bij ons het Thatcherisme toe. Op 13 september 1983 publiceerde het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen een nota die in een dictatoriaal geregeerd land niet misstaan zou hebben. Ik zal U niet met de détails vermoeien: waar het op neer kwam was, dat het in het vervolg grootschalig moest, de hogescholen moesten zo groot mogelijk zijn en daartoe en masse fuseren. Iedereen weet dat onderwijs een kleinschalig proces is dat gedijt in kleine, overzichtelijke units. In het bedrijfsleven was men allang teruggekomen van de grootschaligheid, omdat ook daar gebleken was dat alles en iedereen beter functioneert wannneer men zich een onderdeel weet van een niet te groot, herkenbaar bedrijf. Maar in Zoetermeer hadden ze daar maling aan. Heel hogeschoolbestuurlijk Nederland begon mopperend en vloekend fusiebesprekingen, er werden allerlei formules bedacht om aan het overheidsdictaat te voldoen en toch iets van eigen initiatief te behouden, men sloeg elkaar om de oren met haastig bedachte slogans als "Decentraal Tenzij"... of juist "Centraal Mits"... en wat zich genadeloos aftekende was de hiërarchie van de verschillende onderwijssoorten; het Hoger Technisch Onderwijs helemaal bovenaan en de Sociale Academies onderop. Er waren slechts drie hogescholen die weigerden mee te doen: een pedagogische academie in Zwolle, de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en de AKI. Dat leidde tot verkettering, chicanes, pesterijen vanuit Zoetermeer, ik heb toen heel wat vijanden gemaakt, ook in mijn eigen stichtingsbestuur en bij voorbeeld de burgemeester van Enschede liet geen gelegenheid voorbijgaan om mij zwart te maken. Het was een moeilijke tijd. Maar aan al die tegenwerking zat ook een goede kant. Ik denk dat dat de betekenis is van het "Hebt Uw Vijanden Lief". Wij voelden ons geïnspireerd om alles zo goed mogelijk te doen, wij definiëerden onszelf zo helder en duidelijk mogelijk, we lieten zien dat we maatschappelijk zéér relevant waren, zowel wat artistiek handelen betrof als waar het om de menselijkheid ging, zózeer dat er een moment kwam, dat ik zonder op te scheppen tegen een van onze docenten kon zeggen:"Wij Zijn Nu De Beste Academie Van Nederland..." "Ja," zei hij meteen snibbig terug, "maar dat komt niet door jou..." Ik had toen kunnen antwoorden: "Nee, door Deetman..."
               Nu, in 2011 is alles zo mogelijk nog erger, nog schaamtelozer en schadelijker qua regeringsbeleid. Het Nederlandse kunstleven is in rep en roer omdat de knokploeg die nu aan het bewind is vast van plan lijkt, in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk schade aan te richten. Het ene na het andere pamflet verschijnt met voorstellen om het rampzaligte tij te keren. Ik zou zeggen: er zit niets anders op dan het nóg beter te doen dan waar we al naar streefden, onszelf nóg beter te definiëren, de samenleving te tonen hoe weer- en levensvatbaar we zijn. Aan de Nederlandse aquarellisten zal het niet liggen. Niet alleen hier manifesteren ze zich. In de op één na mooiste tentoonstellingszaal van Nederland, die van het Genootschap Pictura te Groningen, alsmede in een aantal galeries aldaar exposeren de Noordelijke aquarellisten vanaf 30 januari en Jan van Spronsen toont in mei aanstaande in deze zaal een select aantal waterververs. Aan alle drie die tentoonstellingen doet Jaap Ploos van Amstel mee en het is ook door een tip van hem dat wij hier nu staan. Een zo zijn er nog enkele overlappingen. In Groningen kunt U bovendien ook deelnemen aan aquarelworkshops: aan de aquarellsten zal het niet liggen !
 
               Op de avondschool van de AKI werkte een zeer bevlogen docent als docent modeltekenen. Jan Gierveld, zélf een zeer verdienstelijk schilder had een dergelijke faam gekregen, dat van heinde en ver de deelnemers aan zijn lessen toestroomden. Dat een aantal daarvan niet ingeschreven was als student zagen wij als directie door de vingers, want het was duidelijk dat Jan's lessen in een grote behoefte voorzagen. Echter: zo nu en dan mengde zich onder de enthousiaste deelnemers aan zijn lessen iemand die helemaal niet kwam om te tekenen, maar om gezien te worden: een exhibitionist. Het gebeurde niet echt vaak, maar zo nu en dan was het raak: poedelnaakt stond hij dan wild om zich heen te kijken. Ik ben er zelf niet bij geweest, maar ik hoorde van een der deelnemende externe dames, dat hij met zachte hand naar de gang geduwd werd en zijn kleren achter hem aan gedragen. Toen zij vroeg, of hij het niet veel te koud vond, antwoordde hij: "Ach, mevrouw, als we dit allemáál zouden doen, was het hier binnen de kortste keren gloeiend heet..."
               Zonder nu de exposanten hier verenigd als alleen maar exhibitionisten te willen kwalificeren, is het natuurlijk wel zo, dat bij voorbeeld de prozagedichten van Baudelaire "Mon Coeur Mis A Nu" heten en dat elke kunstenaar iets van zijn naakte innerlijk in zijn werk toont, zodat ik wel degelijk, toen ik hier daarstraks binnenkwam iets van warmte, van hitte beleefde. Warmte en licht. Geluk.
 
               Sipke Huismans